dinsdag 18 februari 2003

Het wordt een perfecte zomer

Het is half februari, maandagmiddag halfvier. Ik stap van m’n fiets en ben blij dat ik m’n handschoenen aan heb. Bij het inlopen voelen m’n benen nog behoorlijk zwaar van de duintraining. Na drie rondjes wordt het al wat beter en ik ga op het 200 meterpunt in de zon staan rekken. Bij de versnellingen voelen m’n benen beter en van koude handen heb ik al helemaal geen last meer. Op het rechte stuk waar ik m’n versnellingen en later de loopscholing doe loop ik continu in het zonnetje. Ondertussen ben ik helemaal opgewarmd en begin ervan te genieten. De zon staat in een strak blauwe hemel en er staat een zuchtje frisse wind. Zonder moeite waan ik mezelf op dezelfde plaats zo’n vijf maanden later. De omstandigheden zijn precies hetzelfde, alleen is het zo’n 25 graden warmer, zodat een korte broek voldoet, zelfs een shirtje is niet nodig.
Het eerste sprintvormpje gaat superlekker, op de achtergrond naast het gefluit van vogels, het altijd gezellige geluid van een ronkende kettingzaag (ja, de omstandigheden kunnen zich zelf natuurlijk niet te ver optimaliseren; het moet wel geloofwaardig blijven). Tijdens de wandelpauze blijf ik natuurlijk aan de zonkant van de baan en ik geniet, songteksten van U2 over een mooie dag flitsen door m’n hoofd.Ook het tweede vormpje gaat weer superlekker. De blessure van een week geleden is nu nog slechts een vage herinnering. Ik sprint voor de wind en het gaat (voor het eerst dit jaar) makkelijk. Rick Wassenaar schreef onlangs dat polsstokspringen soms beter is dan seks, ik kan het me voorstellen en wil er aan toevoegen dat hetzelfde geldt voor een doordeweekse sprinttraining. Moeiteloos ben ik al weer halverwege het derde en laatste vormpje. Ook die sprintjes gaan buitengewoon gemakkelijk. Ik heb medelijden met de mensen die dit moeten missen en de hele middag binnen hebben moeten werken, maar tegelijk realiseer ik me dat mij morgen hetzelfde te wachten staat. Geef me een goede reden om morgen de hele dag in de collegebanken te gaan zitten, waardoor ik m’n duurloopje tot de avond moet bewaren, wanneer het waarschijnlijk net zo helder is en dus heel koud zal aanvoelen, zo zonder zon.
Bij het uitlopen denk ik aan het stukje van Gerard Lenting over de 20-kamp waarin hij de zon een sloper noemt: “Zo slurpt de zon energie van de duursporter.” Vandaag was het voor mij precies omgekeerd. De zon gaf me een enorme hoeveelheid energie. Na de training heb ik het gevoel dat ik de wereld aan kan. In de afgelopen anderhalf uur heeft de zon de ellende van de afgelopen winter volledig goedgemaakt. Al die keren dat er niet fatsoenlijk op de baan te trainen was, vanwege bevroren sneeuw of aangevroren dauw, deze middag is alles weer vereffend en ik kijk uit naar de zomer, wanneer er naast de zon ook nog eens een hoge temperatuur boven de baan hangt.
Onderweg naar huis zie ik dat het ijs op de sloten nog bevroren is, in de schaduw is het dus niet eens boven nul geweest, terwijl ik me op de baan af en toe op de baan van Alfaz del Pi in Spanje waande. Vanavond een circuittraining in een muffe gymzaal, gelukkig nog twee keer en dan gaan we weer naar buiten. Laat de zomer maar komen.